Van try-pots en traan,      Animal rendering in whaling 

Animal Rendering – Destructie Column part 19
Please scroll down for the English version

Van try-pots en traan,

In mijn ontdekkingsreis in de geschiedenis van de destructie zie ik niet alleen oude processen en installaties maar kom ik regelmatig allerlei opmerkelijke zaken tegen. Vandaag wil ik over  deze uit Australie en Nieuw Zeeland iets vertellen.

Naast het verwerken van de gebruikelijke dierlijke bijproducten van vee, was daar medio negentiende eeuw ook het in dit kader veel minder bekende verwerken van walvissen. Walvisolie of “traan” werd niet alleen gebruikt in margarine maar was onder andere ook zeer geliefd als lampolie en smeerolie.

In bepaalde jaargetijden kwamen aan de zuidkust van Australie en van Nieuw Zeeland de walvissen heel dicht bij de kust. Zo dichtbij, dat de jagers er met roeibootjes naar toe konden varen en de dieren konden doden. Met diezelfde roeibootjes sleepten de jagers ze vervolgens naar de “try-works” aan de kust om ze te verwerken. In het kort ging dat als volgt:

Op een hoog gelegen punt aan de kust stond een wachter, die wanneer hij een walvis in het vizier kreeg, de jagers waarschuwde om er met hun bootjes op af te gaan. Met harpoenen en speren werd de walvis aangevallen, afgemat en uiteindelijk gedood, waarna het kadaver  naar de kust werd gesleept en zo ver mogelijk op het land werd getrokken. De dikke laag spek werd in lange stroken van het kadaver afgesneden waar ze hoger op de kust in handzamere stukken werden gesneden of gehakt. In grote kookpotten, de zogeheten “try-pots” op open vuur werd dan het vet eruit gesmolten. Zo’n try-pot had aan één kant een overloopgoot, waardoor het gesmolten vet naar een tweede pot vloeide. In deze tweede pot bleef het vet net zo lang totdat de verontreinigingen en eventueel meegekomen water naar de bodem waren uit gezakt. Het vet werd uit deze pot in de opslagtanks  geschept, waarin het verder afkoelde om daarna in vaten te worden gedaan.
Zo werd er vanaf ca 1828 tot 1930 aan de zuidelijke kusten van Australie en Nieuw Zeeland walvisolie geproduceerd..

Overigens waren er al in het midden van de achttiende eeuw al een vorm van “fabrieksschepen”, waarop de walvissen op zee al konden worden verwerkt. Voor het speksnijden werd het dier langszij getrokken en vastgebonden. Deels op het dier zelf, deels vanaf een soort bordes werd al balancerend het spek van het dier gesneden en aan dek gebracht. Pas later kwam de mogelijkheid om het beest aan boord te hijsen en hem daar te “flenzen”.

Op het breedste deel van het schip, tussen de beide masten, stond in een zeer solide bemetseling met daarin de vuurhaarden en twee of soms drie try-pots. Om ruimte te besparen hadden de try-pots aan aan weerszijde een platte kant, waarmee ze tegen elkaar aan stonden. Om verbranden van de olie te voorkomen, werden de try-pots in de bemetseling niet direct verhit maar waren zij omgeven door een waterbad. De vuurhaarden, die werden gestookt met walvisbotten en -kanen hadden geen schoorsteen. De rookgassen ontweken door gaten pal naast de try-pots om over zee weg te waaien. ………….

Begin van de negentiende eeuw kwamen de modernere industrieschepen, waarover ik in een van mijn latere blogs meer zal vertellen.

Animal rendering in whaling

In my journey in the discovery of the history of animal rendering I not only see old processes and plants but regularly I also come across all kinds of outstanding cases. Today I want to tell something about this one from Australia and New Zealand.

In addition to the usual processing of animal by-products from cattle, in the mid-nineteenth century there was at that place also a – within the framework of animal rendering – much less well-known processing of whales. As in Europe, whale oil or “train-oil” was not only used in margarine but it was also very popular among other things such as lamp oil and lubricating oil.

In certain seasons whales came very close to the South coasts of Australia and New Zealand. So close, that the hunters there with their rowing boats could go boating to the animals and killing them. With that same rowing boats the hunters dragged them to the “try-works” on the shore to process them.

In short that went as follows:
Located on a high point on the coast stood a guard, who as soon as he saw a whale, he warned the hunters to go off with their boats. With harpoons and spears the whale was attacked, exhausted ultimately killed, after which the carcass was dragged to the coast and pulled at the try-works on the shore as far as possible. After the thick layer of blubber in long strips was cut off from the carcass it were brought to the try-work and cut or chopped in more practical pieces. In large cooking pots, the so-called “try-pots” on open fire the fat or train-oil was rendered. On one side such a try-pot had an overflow gutter, throug which the rendered fat flows to a second pot for separating the train-oil from impurities. The fat from this pot was ladled out into the storage tanks, in which it further cooled and been done into wooden barrels.
From about 1828 to 1930 on the southern coasts of Australia and New Zealand whale oil was produced..

Moreover, already in the middle of the eighteenth century there were a form of “factory ships”, on which the whales could be processed at sea .  To be “flensed” the carcass was pulled alongside and tied up. Partly on the carcass itself, partly from a kind of platforms the “flensers” were balancing to cut of the blubber from the carcass and bringing it on deck. Later on there came the ability hoisting the carcass  on board for flensing.

Amidship, at the widest part, between the two masts, a very solid masonry contained the fires  and two or sometimes three try-pots. To save space the try-pots had a flat side on either side, with which they were put against each other. Preventing scorcing of the train-oil the try-pots were not heated by direct fire  but the were surrounded by a water bath. As fuel they use the whale bones and –greaves and there was no chimney at all. The flue gases escaped through holes right next to the try-pots and where the wind blew them away over the sea. ………….
Beginning of the 19th century more modern industry ships came in, about which I will tell more later in one of my blogs.

2015 05 10 tryworks aan de kust

Smeltpotten of “try-pots” voor walvisspek op land Links de opslagtanks voor de “traan” en rechts een lepel voor het afromen.
Try-pots for whale-oil on shore. At the left the storage tanks en at the right a “ladle”
Bron: http://travelling-australia.info/InfsheetsW/whale3.html

2015 05 10 trying-out-boiling-whale-bubber-for-oil-on-a-whaling-ship-

“Try-pots” aan boord van een achttiende eeuws fabrieksschip in de walvisvaart
Try-pots on board of a whaling-ship in the 18th century
Bron: div. site oa https://sites.google.com/site/caitlinfalk/distinguishingfeatures

Advertenties